Op woensdag 26 november is Charlie uit ons leven verdwenen.
Heb hem dood gevonden op straat, omvergeredern. Nadat we hem als jong katje van de vriesdood gered hebben, hebben we hem niet kunnen beschermen tegen de auto's.
We zullen je missen.
Het gerinkel van jouw belletje als je van boven in de straat naar ons toe gespurt komt
De blik in je ogen als je voor de deur zit en het vertikt om de miauwen
Het vingerspelletje aan de trap
De kartonnen dozen die je tot confetti herleidde
Je gekke sprongen als je ons aanvalt of zin hebt om te spelen
Je sprongen van muur tegen muur in de gang
Snachts geen kat meer die onder men hoofd wil kruipen
Geen visjes meer voeren op de bureaustoel
De poef die niet meer als krabpaal dienst doet
Geen pluimen meer op het gras
Geen gegrom meer als je weer met een muis binnen zat
Geen duiven die liggen te rotten in de kelder
Geen vleermuis in de keuken
Je hebt niet de tijd gehad om je rieten mandje volledig af te breken.
Als je er in of er uit sprong rolde het altijd een stukje verder
Geen kat meer aan mijn voeten tijdens het strijken of
Geen bezoekjes in de garage om over de rails van de garagepoort te lopen
Geen pogingen om in de gordijnen te klimmen
Terwijl wij de keukendeur dicht deden, spurte jij al via de kelder naar de voordeur om daar terug naar binnen te schieten om je te verstoppen onder het bed
In het midden van de nacht Wouter aanvallen om naar de keuken te kunnen gaan
Ons verwelkomen op de trap om dan als eerste binnen te zijn
Zelfs de buren hadden je graag.
Je zat ze op te wachten, soms in de plantenbak. Een paar keer ben je zelfs binnen bij hun gaan slapen.
In de kelder had je je dozen eten ook gevonden en stukjes uit gebeten
S'morgens op een kwartier tijd had je 3 dozen kattenvoer uit de kast gehaald en half verscheurd, kattenbrokken overal.
Toen ik met Petra thuis was hong je bijna in haar staart
Als klein katje durfde je amper een paar minuten buiten te gaan
Van auto's had je geen schrik, Vaak moesten we jou er uit jagen.
Je zielige miauwtjes waardoor je ons naar je toe haald eom ons dan aan te vallen
Je slechte verstopkunsten (achter een glazen deur of achter een doos die niet hoog genoeg is)
Je omdraaien was altijd moeilijk; je wist nooit in te schatten waar de zetel eindigde
Het gezelschap dat je ons hielt als we op de WC zaten
Je fascinatie voor het douchegordijn.
Vreemde drinkplekjes: de rand van het bad, de goot in de straat, plassen op het zeil van de remork.
Opeens een hoofd dat uit de haag stak (op ooghoogte)
Opgestaan is plaats vergaan: Wouter kon niet van een stoel weggaan of jij ging er liggen
Charlie je bracht leven in huis.
Minder als een jaar ben je bij ons geweest, maar je hebt voor altij een plek in ons hart.

